[West-Sahara] Nederlandse rechter dringt Marokkaanse nationaliteit op

Frank Willems fwillems op antenna.nl
Vr Feb 5 13:54:27 CET 2021


Salec, de Saharaanse asielzoeker in Ter Apel, heeft op 6 oktober vorig
jaar de beslissing ontvangen dat hij geen asiel krijgt omdat hij zonder
gevaar naar het "veilige land" Marokko "terug" zou kunnen. Hij heeft
daartegen bezwaar gemaakt. Hij heeft nu een negatieve beslissing op zijn
bezwaar ontvangen.

De kern van de vraag die asielzoekende Sahranen hier opwerpen is of een
bezetter de bevolking van een bezet gebied de eigen nationaliteit mag
opdringen. De Nederlandse rechter denkt van wel. Het doel van de
redenatie is om asielverzoeken af te wijzen en in bredere zin om de
rechtsmacht van Marokko in West-Sahara te erkennen. Dat is van belang
voor de handelsbelangen van Nederland met Marokko.

Hoe wordt de rechtspraak precies verbogen? Hieronder de redenatie van de
Nederlandse rechter. Oordeel zelf.

In de beslissing van 6 oktober 2020 lezen we op pagina 2 en 3 :

---------
Nationaliteit
Betrokkene voert in de zienswijze onder de punten twee, drie en vier aan
dat uit het voornemen blijkt dat hij niet wordt gevolgd in zijn
nationaliteit, zijnde burger van de Arabische Democratische Republiek
Sahara, maar dat uitgegaan wordt van de Marokkaanse nationaliteit die
hij volgens de Marokkaanse wet bezit. Betrokkene wenst deze stelling
niet te volgen en stelt afkomstig te zijn uit de Arabische Democratische
Republiek Sahara (ADRS), welke door 45 landen is erkend als lid van het
internationale statensysteem. Betrokkene heeft in de zienswijze gesteld
het bijzonder vreemd te vinden dat de Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland op haar website stelt de Marokkaanse claims op het gebied niet
te accepteren, terwijl de Immigratie- en Naturalisatiedienst stelt
dat wel mag warden uitgegaan van de nationaliteitstoekenning op grond
van de Marokkaanse wetgeving. Hij is van mening dat nu Nederland de
annexatie van de Westelijke Sahara door Marokko niet erkent, evenmin
gesteld kan worden dat de Marokkaanse wetgeving wel voor de Sahrawi
dient te gelden.
Betrokkene geeft nog aan dat hij kopieŽn van zijn paspoort en
identiteitskaart van de ADRS heeft overgelegd en daarnaast inmiddels in
het bezit is van de originele identiteitskaart, welke op verzoek daartoe
aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst zal worden overgelegd. Ten
aanzien van het vorengaande, wordt dezerzijds als volgt overwogen.
Allereerst wordt opgemerkt dat betrokkene in de zienswijze verwijst naar
een onbekende uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
welke eveneens niet bij de zienswijze is gevoegd. Verder blijkt, zoals
reeds in het voornemen is overwogen, uit de uitspraak 201908202/1/V1 van
de Raad van State d.d. 9 september 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2157) dat het
feit dat Nederland de annexatie van de Westelijke Sahara niet erkent,
niet betekent dat bij de beoordeling van de aanvraag niet mag worden
uitgegaan van de nationaliteitstoekenning op grond van de Marokkaanse
wetgeving. Dat Nederland de annexatie niet erkent, laat immers onverlet
dat Marokko feitelijk gezag uitoefent in de Westelijke Sahara. Ten
aanzien van de stellingen in de zienswijze dat betrokkene niet volgt dat
hij de Marokkaanse nationaliteit heeft en dat het voornemen dat hij zijn
nationaliteit van de ADRS niet aannemelijk heeft gemaakt niet in stand
kan blijven, wordt overwogen dat betrokkene geen feiten en/of
omstandigheden naar voren heeft gebracht die tot een ander
oordeel zouden kunnen leiden.

Betreffende de verwijzing naar de inhoud van de site van de Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland wordt overwogen dat dit geen raakvlakken
heeft met het asielbeleid voor vreemdelingen nu deze site toeziet op
hulp voor ondernemende Nederlanders die werken aan een duurzame en
economische sterke samenleving. Derhalve valt niet in te zien waarom
betrokkene naar de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
verwijst dan wel wat hij hiermee wil beogen. Inzake de documenten wordt
overwogen dat het feit dat betrokkene kopieŽn van zijn
identiteitsdocumenten heeft de beoordeling niet anders maakt nu dit geen
originele documenten betreffen, Daarnaast is het aan betrokkene om
originele documenten te overleggen. Hij kan dit middels zijn gemachtigde
te allen tijde doen. De stellingen van betrokkene inzake zijn
nationaliteit leiden derhalve niet tot een ander oordeel dan reeds in
het voornemen is verwoord.

---------

In de beslissing op het bezwaar hiertegen volgt een herhaling van zetten:

---------
5.1. Eiser voert aan dat hij burger is van de Arabische Democratische
Republiek Sahar (sic) (ADRS). Hij wijst op het arrest van Hof van
Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 10 december 2015
(ECLI:EU:T:2015:953).

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in het bestreden
besluit – bezien in samenhang met het voornemen – deugdelijk gemotiveerd
op het standpunt gesteld waarom hij de verklaringen van eiser dat hij
burger is van de ADRS, ongeloofwaardig acht.
De overwegingen van verweerder daarover in het bestreden besluit op
pagina 3 en 4 (sic) zijn daarvoor voldoende dragend. Verweerder heeft
terecht gewezen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van
Raad van State (ABRvS) van 9 september 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2157). In
die uitspraak is geoordeeld dat het feit dat Nederland de annexatie van
de Westelijke Sahara niet erkent, niet betekent dat bij de beoordeling
van de aanvraag niet mag worden uitgegaan van de
nationaliteitstoekenning op grond van de Marokkaanse wetgeving. Het feit
dat Nederland de annexatie niet erkent, neemt – zoals verweerder niet
ten onrechte heeft overwogen – niet weg dat Marokko feitelijk gezag
uitoefent in de Westelijke Sahara. Het beroep van eiser op het arrest
van Hof van 10 december 2015 (ECLI:EU:T:2015:953), slaagt niet, alleen
al omdat het daarin ging om een handelszaak. De stelling van eiser dat
de Commissie vindt dat een niet-zelfbesturend grondgebied (lees: de
Westelijk Sahara) geen deel uitmaakt van de mogendheid die het bestuur
erover uitoefent, maar een afzonderlijke internationaalrechtelijke
status heeft, is onvoldoende om aan te nemen dat eiser niet de
Marokkaanse nationaliteit heeft. Verweerder heeft in het bestreden
besluit deugdelijk gemotiveerd waarom hij heeft aangenomen dat eiser de
Marokkaanse nationaliteit heeft. Anders dan eiser betoogt, is het
bestreden besluit op dat onderdeel voldoende draagkrachtig gemotiveerd.

---------


Meer informatie over de West-Sahara maillijst